Thanatopraxie na weefsel- en orgaandonatie

Thanatopraxie: de mogelijkheden en complicaties na weefsel- en orgaandonatie (www.transplantatiestichting.nl) op een rij.

 

A) WEEFSELDONATIE

Corneadonatie
Thanatopraxie mogelijk:
Ja
Behandeling:
Injectie gelaat gaat separaat via carotis L en R. Met als doel om alle gebieden met de vloeistof te bereiken, en om een niet te hoge druk te krijgen ter voorkoming van zwelling.
Bij lichaamsinjectie kan er vloeistof lekken uit de oogbolkassen. In dat geval prothese uitnemen en watten verschonen. Een ander mogelijkheid is de protheses voor behandeling uitnemen en na injectie oogbol kassen behandelen met fixatiezalf. Daarna watten en protheses terugplaatsen.
Wat explantatieteam kan doen: 
Opvulling en prothese achterwege laten en dit overdragen aan thanatopracteur.  I.v.m. de aansprakelijkheid van het explantatieteam is zekerheid gewenst dat dit goed en afdoende gedaan wordt.
Mogelijke complicaties:
Zwelling met bloeduitstorting van weefsel rondom oogkas. En na-lekkage, enige tijd na einde behandeling.

Botdonatie
Thanatopraxie mogelijk:
Ja
Behandeling:
Hechtingen openen, daarna de behandeling starten als bij een normale behandeling. De gedeelten achter het donatiegebied zoals onderarmen en enkels afzonderlijk injecteren.
De wonden behandelen met poeder met werkende stof, daarna de wonden sluiten.
Wat explantatieteam kan doen:
Na uitnemen botten, de wonden niet sluiten maar goed verpakken. Goede contacten met mortuarium of thanatopracteur zijn hierin van belang.
Mogelijke complicaties:
Lekkage als gevolg van niet goed afhechten, geen goede drainage en geen goede verpakking van de wonden.

Huiddonatie
Thanatopraxie mogelijk:
Dit kan pas bepaald worden nadat het lichaam gezien is, aangezien tegenwoordig verschillende methodes gehanteerd worden. Bij huidtransplantatie van opper- en lederhuid  is de kans op lekkage groot. De mogelijkheden om deze gebieden tegen lekkages te behandelen , nadat nog eens enkele liters balsemvloeistof in het lichaam zijn geïnjecteerd, zijn beperkt en een negatief advies is in dat geval raadzaam. Indien er behandeld wordt met formaldehyde-houdende vloeistoffen, is de fixatie van het weefsel groter en is de kans op lekkages minder, maar nog duidelijk aanwezig.
Behandeling:
Normale behandeling met separate behandeling voor de gebieden welke niet van balsemvloeistoffen zijn voorzien.
Wat explantatieteam kan doen:
Lichaam niet inpakken en dit overlaten aan thanatopracteur.  I.v.m. de aansprakelijkheid van het explantatieteam is zekerheid gewenst dat dit goed en afdoende gedaan wordt.
Mogelijke complicaties:
De kans op lekkages is groot, evenals de complicaties tijdens opbaren zoals nare geuren, kleding die vervangen moet worden, matrassen die bevuild raken e.d.  De vraag rijst dan of een behandeling, met de verwachtingen die je daarmee automatisch schept voor de nabestaanden, aan te raden is.

Hartklepdonatie
Thanatopraxie mogelijk:
Ja
Behandeling:
Hechting thorax openen en vulling verwijderen. Injectie via de aorta thoracaal. Gelet moet worden op subclavia links, welke separaat geïnjecteerd moet worden. Ook moet goed gelet worden op mogelijke totale behandeling van het lichaam; soms moet op meerdere plaatsen separaat geïnjecteerd worden.
Wat explantatieteam kan doen:
Lichaam niet sluiten en geen absorberend poeder gebruiken. Het afsluiten en opvullen overlaten aan de thanatopracteur.  I.v.m. de aansprakelijkheid van het explantatieteam is zekerheid gewenst dat dit goed en afdoende gedaan wordt.
Mogelijke complicaties:
Zie behandeling.
 
B) ORGAANDONATIE

Orgaandonatie
Thanatopraxie mogelijk:
Ja
Behandeling:
Een behandeling, na elke orgaandonatie, kan gedaan worden via een 6 punten injectie. Voor de holten, indien de gebruikte vloeistof dit vereist, wordt vloeistof met een hogere index toegepast. De thanatopracteur moet rekening houden met het feit dat het explantatieteam een behoudende vloeistof gebruikt. Deze houdt het te transplanteren orgaan langer in goede conditie, maar laat een lichaam  zeer bleek zien. Het is raadzaam dit niet te corrigeren met pigment-houdende vloeistof, omdat deze zich mogelijk ophoopt in bepaalde aders. Na deze behandeling is een cosmetische behandeling aan te raden.
Wat explantatieteam kan doen:
Het stevig materiaal dat vulling geeft aan ruimten, kan worden weggelaten.
Mogelijke complicaties:
De kans op kleurfixatie, bij gebruik van een pigment-houdende behandelvloeistof.

Samenvatting bestuursvergadering 14 september 2016

1.  Opening
George opent de vergadering.

2. Mededelingen.
De werkgroep komt langs om te spreken over het inventariseren van de wensen van thanatopracteurs die de beurs bezoeken. Om daarmee duidelijk in beeld gebracht te krijgen hoe men denkt over de oprichting van een branchevereniging, die onafhankelijk van het NIT acteert. Met deze ontwikkeling worden de kaders, ook voor het NIT, duidelijk. Den Haag reguleert, het NIT faciliteert (opleiding, examens, kwaliteit, borging) en de beroepsgroep stelt zich ten doel een zo goed mogelijk product te leveren.

3. Mededelingen/ingekomen stukken
– Een verzoek om bij een examenkandidaat met dyslexie het examen mondeling af te nemen. Dit is akkoord.
– Een verzoek van een student om een interview over thanatopraxie. De werkgroep handelt dit af.

 4. Voorbereiding bespreking met medewerkers Ministerie van Binnenlandse Zaken
Diverse lijnen zijn door het NIT uitgezet: Vesalius, ministeries, registratie biociden. Zonder de verplichting van registratie vindt geen controle plaats en heeft het NIT geen recht om regulerend op te treden. In het gesprek wordt duidelijk de i.h.k.v. de wet op de lijkbezorging wordt gekeken of er wijzigingen gewenst zijn. De medewerkers hebben daartoe gesprekken in gang gezet met diverse geledingen in de uitvaartzorg. Het NIT heeft alle acties die ingezet zijn om regulering, handhaving, toezicht op behandelingen en gebruik van toxische vloeistoffen genoemd en uitleg gegeven over opleiding, examen en certificering. Met name in de arbotechnische omstandigheden ziet het ministerie argumenten om regelgeving in gang te zetten.

 5. Vesalius/opleidingen/vervolg
Contact is gelegd met Vesalius om de exameneisen in kaart te brengen. Vesalius komt hierop terug.

6. Rondvraag/w.v.t.t.k.
Geen.

7. Sluiting
George sluit de vergadering en bedankt ieder voor de inbreng.

Samenvatting bestuursvergadering 1 juni 2016

1. Opening
George opent de vergadering.

2. Verslag en actiepunten vergadering 24 februari 2016
Er zijn geen opmerkingen over het verslag en wordt goedgekeurd. De actiepunten zijn afgehandeld.
N.a.v. actiepunten: offertes voor een nieuwe website worden bekeken en de gegeven presentatie door de werkgroep wordt op de website geplaatst.

3. Mededelingen/ingekomen stukken
Via BGNU een vraag van een Portugese student over getallen en schattingen van aantallen thanatopracteurs en behandelingen in Nederland. De vragen worden beantwoord.

4. Annuleren expert meeting
Nadat was gebleken dat voor de expert meeting een ongelukkig tijdstip was gekozen, is de meeting uitgesteld. Aan de werkgroep wordt voorgesteld de meeting in het najaar te organiseren.

5. Vesalius/opleidingen
Een afspraak tussen opleider NIT en Vesalius is geweest en dit krijgt een vervolg zodat de exameneisen gezamenlijk gedefinieerd worden. Ook een aandachtspunt is het behoud van kwaliteit en vaardigheden na het examen, dat zowel bij Vesalius en bij het NIT nog geen invulling heeft.
Er zijn voldoende aanmeldingen om de opleiding voor thanatopracteur het komende seizoen weer op te starten.
De richtlijnen van het European Association of Embalmers worden opgevraagd.

6. Rondvraag/w.v.t.t.k.
Het organiseren van jaarlijkse bijscholing wordt bij de werkgroep onder de aandacht gebracht.
Beurs Gorinchem van 28-30 september.
Volgende vergaderingen zijn op 14/9 en 30/11.

6. Sluiting
George sluit de vergadering en bedankt ieder voor de inbreng.

Persbericht: NIT stuurt aan op melding en registratie van gebruik van biociden

Het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) registreert sinds enkele jaren behandelgegevens van de bij haar ingeschreven thanatopracteurs. Het doel is om in de toekomst in de pas te lopen met de richtlijnen vanuit de overheid. In Nederland was balseming van overledenen tot 2010 verboden (artikel 71 van de Wet op de Lijkbezorging). Sindsdien is een kortdurende conservering van een overledene toegestaan. Tot 2016 werd er van de gebruikte vloeistoffen/chemicaliën geen melding gedaan. De huidige wetgeving vereist goedkeuring en registratie van toe te passen biociden (balsemvloeistoffen en desinfecteermiddelen).

In het kader van de veranderingen in de Nederlandse en Europese biocidenwetgeving volgt het NIT de ontwikkelingen m.b.t. registratie van behandelingen en gebruik van vloeistoffen. Samenvattend blijkt dat diverse producten die gebruikt worden in de uitvaartbranche onder deze wet en regelgeving vallen (Nederlandse Wet gewasbescherming en biociden (Wgb) en de Europese Biocidenverordening (BPR). Van belang is dat deze producten alleen gebruikt mogen worden, wanneer het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) deze heeft toegelaten. De producten zijn te herkennen aan het toelatingsnummer op het etiket of te vinden op de site (www.ctgb.nl). De BPR is gefaseerd in werking getreden. Zij kent een registratieverplichting en termijn voor de werkzame stoffen van een product en daarnaast moet elk product een toelating hebben. Dat kan een Europese of Nederlandse toelating zijn. De registratie van de werkzame stoffen zijn bij het ECHA (European Chemical Agency) in Helsinki voor september 2015 in kaart gebracht. Het NIT juicht melding en registratie toe. Ze brengt dit in haar eigen organisatie in kaart.

Samenvatting bestuursvergadering 24 februari 2016

  1. Opening

George opent de vergadering.

  1. Verslag en actiepunten vergadering 9 december 2015

Er zijn geen opmerkingen t.a.v. verslag en de actiepunten zijn afgehandeld.

  1. Mededelingen/ingekomen stukken

Contact met mw. J. Brouwers-Verstappen van Min. VWS. Mevrouw Brouwers toont oprechte belangstelling door voortdurend in te gaan op onze vraagstelling. Voor het NIT is het teleurstellend dat onze rapporten en verzoeken niet de impact krijgen die nodig is voor het afgeven van vergunningen door het Min. van I&M omdat daar de informatie ontbreekt van alle thanatopracteurs in Nederland. In overleg met beide ministeries schrijft het NIT een persbericht waarin de noodzaak van registratie van behandelgegevens en aanvraag en afgeven van vergunningen wordt uitgelegd.

  1. Formulering/voorwaarden inschrijving register

De tekst op de site betreffende aanmelding voor het register wordt aangepast, waardoor meer transparantie geboden wordt op de voorwaarden, de route van aanmelden en ook transparant wordt wat het NIT precies doet. Gaandeweg wordt duidelijk dat het inschrijven in het register ook kwaliteit moet waarborgen en worden de opleiders gevraagd hierin een handvat te bieden. Gedacht wordt aan een minimum aantal uitgevoerde balsemingen per jaar, het volgen van nascholing, en het behalen van PE-punten (permanente educatie).

  1. Vesalius/opleidingen

Een afspraak tussen opleider en Vesalius is in gang gezet. Geprobeerd wordt om deze afspraak te bespoedigen. Het doel van deze afspraak is om de vergelijking tussen de opleidingen toe te passen in het definiëren van de exameneisen.

     6. Rondvraag/w.v.t.t.k.
We zoeken uit hoe lang het NIT bestaat.
Mogelijke onderwerpen voor de expertmeeting op 1 juni zijn: veiligheidsmaatregelen, kwaliteit, bijscholingsmogelijkheden.

PERSBERICHT SYMPOSIUM 2015

Symposium Thanatopraxie: samen op weg naar meer professionaliteit

Op woensdag 3 juni 2015 organiseert het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) een symposium in het crematorium Hilvarenbeek te Diessen. U bent van harte uitgenodigd voor de inloop met lunch vanaf 13.30 uur. De eerste spreker is om 14.00 uur geprogrammeerd en de middag duurt tot 18.00 uur.

Het vak van thanatopracteur is door de jaren heen in ontwikkeling en voortdurend biedt het NIT het hoofd aan uiteenlopende vraagstukken. Met nieuw elan in bestuur en werkgroep, en een vernieuwende aanpak is het tijd voor het anticiperen op recente ontwikkelingen, die mede in gang gezet worden door de Ministeries van VWS en I&M. Namens de vakgroep Biociden, afdeling Risicovolle Stoffen en Producten van Inspectie Leefomgeving & Milieu spreekt mw. ing. I.F.G.A. Scheijgrond over de regels van de biocidewetgeving in relatie tot Thanatopraxie.

Onderlinge kennisoverdracht, voorlichting en discussie over genoemde onderwerpen hebben tot doel  een gezamenlijk beleid te dragen en te bewerkstelligen. Bovendien is de middag een mooi platform om elkaar te ontmoeten, te leren kennen en te spreken.

Voor deelname kunt u zich vóór 25 mei opgeven via info@nit-online.nl (o.v.v. uw naam, organisatie en functie) en betaling vooraf van € 25,00 op bankrekeningnummer NL68ABNA0418483817 t.n.v. Stichting Nederlands Instituut voor Thanatopraxie o.v.v. symposium 2015 en uw naam. Voor meer informatie over het programma kunt u de website bezoeken www.nit-online.nl, contact opnemen met Ineke van Zanten, tel. 06-12200327 of mailen naar info@nit-online.nl Locatie: crematorium Hilvarenbeek, Beekseweg 22B, 5087 KB Diessen.

Bent u aangesloten bij het NIT dan is deelname gratis. Ook in dat geval ontvangen wij graag uw opgave per mail.

Besloten: brief toelatingen/biociden

Het NIT heeft voortdurend aandacht voor een veilig gebruik van werkzame stoffen bij het toepassen van thanatopraxie. Daarbij wordt ook gekeken naar de wettelijke regels.
Op initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, met name van de Inspectie Leefomgeving en Transport, afdeling Handhaving Risicovolle stoffen en producten, is hierover uitvoerig met hen gesproken. Wij vinden dit van dermate groot belang dat we u hierover moeten informeren.

Allereerst werd de volgende verontrustende constatering met betrekking tot de z.g. ‘toegelaten stoffen’ gedaan: Binnen het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB) is nimmer een officiële toelating verstrekt voor het gebruik van PT22 (formaldehyde bij balsemen), terwijl binnen Nederland alleen met toegelaten middelen gewerkt mag worden. Dus feitelijk is iedereen in overtreding van deze regelgeving.

Er zijn wel toelatingen verstrekt voor het toepassen van formaldehyde voor veterinaire hygiëne (bij het desinfecteren van stallen en dierverblijven (PT3) en  het ontsmetten van middelen/apparatuur bij de openbare gezondheidszorg (PT2). Verder is er nog niet gekeken of voor andere PT’s dan PT22 wel toelatingen zijn verleend (PT staat voor Product Toepassingen).

De thanatopraxiebranche zal zich spoedig moeten gaan houden aan de wettelijke regelgeving. Hopelijk gaat het wettelijk uitbreiden van een eerder voor een andere PT categorie toegelaten middel naar de toepassing voor thanatopraxie, sneller en goedkoper dan wanneer er speciaal voor ons vak een geheel nieuwe aanvraag voor toelating moet worden ingediend. Anders moet er voor ons wellicht een tijdelijke ontheffing bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu worden aangevraagd.

Het Ministerie laat zich informeren door de BGNU en het Ministerie van VWS. Ondertussen blijft het ook in gesprek met het NIT.

Het is aan u om na te denken over de mogelijkheden en onmogelijkheden die u ziet. Wij zullen uw reacties die aan een goede regelgeving kunnen bijdragen zeer op prijs stellen. Zo kunnen we wellicht voorkomen dat er door middel van wetshandhaving grenzen aan onze werkwijze worden gesteld. Het NIT zal, nadrukkelijk namens u allen, haar rol in deze serieus ten uitvoer leggen.

Wij vertrouwen u hiermee op heldere wijze te hebben geïnformeerd en rekenen op uw betrokkenheid!
Met vriendelijke groeten, namens het bestuur,

George Maat, voorzitter

Besloten: Onderzoeksresultaten bij blootstelling gevaarlijke stoffen

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen

en biologische agentia tijdens thanatopraxie bij gebruik van Isopropylalcohol in plaats van formaline

Onderzoek – Resultaat – Advies

Arbo Unie, 27 juni 2013

Aanleiding

Uit onderzoek in 2011 blijkt dat thanatopracteurs worden blootgesteld aan formaldehyde, een vloeistof die kankerverwekkende eigenschappen bevat, en dat de dagblootstelling hoger ligt dan de wettelijke grenswaarde voor formaldehyde. Coöperatie DELA heeft een alternatief gezocht in het gebruik van een andere vloeistof: isopropylalcohol (IPA). De gezondheidseffecten voor IPA en de bestanddelen in de alternatieven zijn vervolgens in kaart gebracht. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoek dat door de Arbo Unie in 2013 is gedaan naar de blootstelling aan de gevaarlijke stoffen tijdens thanatopraxie bij gebruik van IPA.

Alternatieve vloeistoffen en gezondheidseffecten in:

  • IPA is aanwezig in Freedom Art, Freedom Cav en Dis-spray (old) en kan in het lichaam worden opgenomen door inademing, via huid en bij inslikken. Het kan na herhaalde of langdurige blootstelling leiden tot functiestoornissen van lever en nier.
  • Trinatium hydroxyethyleen-diaminetriacetaat is aanwezig in Metaflow en Rectificant en is irriterend voor huid en ogen.
  • CMR-stoffen:
    • carcinogeen/kankerverwekkend,
    • mutageen/kan erfelijk materiaal veranderen
    • reproductietoxisch/giftig voor voortplanting.

De componenten van Freedom art, Metaflow, Rectificant, Freedam cav en Dis-spray (old) komen niet voor op het overzicht kankerverwekkende stoffen van Min. SZW.

  • Formaldehyde is verdacht-kankerverwekkend en is aanwezig in Dis-spray (old) en Metaflow.
  • Dinatriumtetraboraat, decahydraat (borax decahydraat) is aanwezig in Freedom-art en is reproductietoxisch.
  • Methanol is aanwezig in Metaflow en Dis-spray (old) en is reproductietoxisch.

 
Methodiek metingen

De thanatopracteur kreeg pomp (Gilair3, debiet 200 ml/min) en actief koolbuis omgehangen en werd getoetst aan grenswaarde IPA (van <10% bij 3 normale balsemingen op 1 dag).
 
Resultaat, conclusie en advies metingen blootstelling IPA:

  • Bij thanatopraxie ligt de blootstelling aan IPA beneden de grenswaarde van 10% en kan dit als beheerst beschouwd worden. Dit betekent dat er geen negatieve gezondheidseffecten te verwachten zijn als gevolg van inademing van IPA. Er zijn geen verdere acties nodig.
  • Bij thanatopraxie van een lichaam met ontbindingsverschijnselen wordt de concentratie IPA in de injectievloeistof verdubbeld en is de verwachting dat de dagblootstelling aan IPA ook verdubbelt. De concentratie ligt dan nog steeds <10% grenswaarde waardoor deze blootstelling ook als beheerst beschouwd kan worden. Er zijn geen verdere acties nodig.
  • Bij thanatopraxie na obductie is de blootstelling aan IPA niet op basis van het meetresultaat bij lichte balseming te voorspellen. Tijdens een aanvullende meting is bepaald dat de blootstelling aan IPA beneden de grenswaarde van 10% blijft.

 
Resultaat, conclusie en advies metingen blootstellingen formaldehyde:

  • Bij inademing tijdens injecteren van vloeistof Metaflow ligt de blootstelling lager dan 10% van de veilige grenswaarde (over een tijdgewogen gemiddelde (tgg) van 8 uur). Dit kan als beheerst beschouwd worden.
  • Bij inademing tijdens desinfecteren/sprayen van het lichaam met Dis-spray (old) is over blootstelling onduidelijkheid en moet dit aanvullend beoordeeld worden. Het advies is de spray te vervangen door Dis-spray (new) dat geen formaldehyde meer bevat, maar alleen IPA (leverancier Dodge). Het kan dan als beheerst beschouwd worden.
  • Wanneer om technische redenen vervanging van Dis-spray (old) niet mogelijk is, is de blootstelling aan formaldehyde onduidelijk en moet een aanvullende meting plaatsvinden. Inmiddels wordt Dis-spray (old) niet meer gebruikt bij coöperatie DELA.

 
Conclusie en advies blootstelling reproductietoxische stoffen:

  • In Freedom-art, Metaflow en Dis-spray (old) zijn componenten aanwezig die het ongeboren kind kunnen schaden. Er is onduidelijkheid over het risico in verhouding tot de concentraties en daarom dient blootstelling bij zwangeren worden te voorkomen en dienen zij vrijgesteld te worden van het werken met deze vloeistoffen.
  • In Freedom-art is een component (<1% borax decahydraat) aanwezig die de vruchtbaarheid kan schaden. Er is onduidelijkheid over het risico en aanvullend (literatuur)onderzoek is gewenst.

 
Advies t.a.v. voorkomen blootstelling via de huid:

  • Tijdens uitvoeren van balseming kan huidcontact worden voorkomen door dragen van werkkleding en chemisch bestendige handschoenen.
  • Informeer bij de leverancier naar de doorslagtijd van IPA, formaldehyde en methanol bij nitril handschoenen om op basis daarvan te bepalen in welke frequentie de handschoenen gewisseld moeten worden.

 

Advies t.a.v. voorkomen oogcontact:

  • Draag oogbescherming om irritatie te voorkomen.
  • Voorzie de koffer van een oogspoelfles om bij oogcontact te kunnen spoelen.

 

Wanneer u meer wilt weten over het gebruik van bovenstaande vloeistof kunt u contact opnemen met Hans Verstraaten, balsemer bij coöperatie DELA en lid van de vakgroep N.I.T.: 06 – 23881732