Symposium NIT op 31 mei 2024

Op 31 mei vond het goed bezochte jaarlijks symposium van het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) plaats. Met onderwerpen uit de branche en lezingen die het vakgebied raken kwamen diverse sprekers aan het woord. Verdieping, verbreding en vooral ontmoeting zijn de ingrediënten voor deze bijeenkomst die dit keer in Ermelo plaatsvond.

Veiligheid

Het actuele onderwerp balsemvloeistoffen kwam als eerste aan bod. Prof. dr. Gert-Jan Kleinrensink, voorzitter NIT, gaf een korte toelichting op de huidige stand van zaken. Het College voor de Toelating op Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) heeft een nieuwe balsemvloeistof toegelaten, waarop het NIT evenals meerdere partijen bezwaar heeft aangetekend. Als belangrijkste aandachtspunt noemt het NIT het ontbreken van een goede onderbouwing door het Ctgb. Het NIT wacht nu op de reactie van het Ctgb. Voor het NIT was dit onderwerp een goede gelegenheid om nog eens de veiligheid tegen het licht te houden. Er werden verschillende inzichten over dit onderwerp gedeeld met en door de aanwezigen.

Geef ruimte aan persoonlijke opvattingen

Dr. Brenda Mathijssen (universitair hoofddocent Rijksuniversiteit Groningen) vertelde over de veelzijdigheid van religie in de uitvaartzorg. ‘We zijn nog altijd erg geneigd om te generaliseren en zaken volgens kaders in te vullen in onze multiculturele samenleving. Maar geef vooral ruimte aan persoonlijke opvattingen’, was haar advies. Met deze zelfde boodschap kwam ook Nienke Blom, deskundige in levensafronding en uitvaartbegeleiding. ‘Luister vooral naar de wensen van de betrokkenen en wijk af van het gangbare als dat de uitkomst is.’

7 vinkjes in de uitvaartzorg

Evert de Niet, penningmeester NIT, stelde nog eens de borging van kwaliteit middels de permanente educatie in deze sector aan de orde. Ook gaf hij een toelichting op de 7 punten die de uitvaartbranche onder de aandacht van de wetgever heeft gebracht. Het NIT neemt deel aan de overlegtafel Uitvaartorganisaties Nederland (UN) waarin ook aandachtsgebieden die de thanatopraxiebranche raken aan de orde komen. Bijvoorbeeld het invasief handelen, dat qua opleidingsniveau goed verankerd moet gaan worden in de nieuwe Wet op de lijkbezorging. Interactie ontstond met de stellingen van Niels Schermel (bestuurslid NIT), waaronder deze: ‘Bij elk overlijden zou de mogelijkheid van thanatopraxie aan betrokkenen moeten worden voorgesteld.’ Meer dan driekwart van de aanwezigen was het met deze stelling eens.

Begraafplaats voor wetenschappelijk onderzoek

De laatste lezing in dit dagprogramma was van prof. dr. Roelof-Jan Oostra (hoogleraar Amsterdam UMC). Hij vertelde over zijn werk als anatoom en over de ingerichte begraafplaats voor donoren van het ‘body donation program’ in het Amsterdam UMC. Wetenschappelijk onderzoek naar ontbinding van het menselijk lichaam, dat is het doel. Deze bijzondere begraafplaats dient ook nog een ander doel. Forensisch onderzoek waarbij de uitkomsten handvatten kunnen bieden bij het oplossen van ernstige misdrijven.

Symposium op 31 mei 2024

Het jaarlijks NIT-symposium vindt plaats op 31 mei in Ermelo

Interactie, lezingen en ontmoetingen staan centraal. Met sprekers als Brenda Mathijssen, Nienke Blom en Roelof-Jan Oostra is er een inspirerende mix aan onderwerpen. Natuurlijk komen de balsemvloeistoffen aan bod, waar momenteel door een toelating van het Ctgb veel reuring is door ontstaan. Daarnaast gaat een van de onderwerpen over tradities en religie bij lijkbezorgen en wat dat betekent voor thanatopraxie. En welke gevolgen heeft een langere duur van opbaren voor thanatopraxie? Ook dat wordt aan de kaak gesteld. Tenslotte eindigt het symposium met een lezing over een begraafplaats voor wetenschappelijk onderzoek. Voor het volledig programma klik hier programma symposium.

NIT dient bezwaar in tegen toelating van vloeistoffen met formaldehyde van bepaalde classificaties

Het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) heeft formeel bezwaar aangetekend tegen de recente besluiten van het College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) betreffende de toelating van vloeistoffen met formaldehyde. In een brief gericht aan het College, uitte Prof. dr. Gert-Jan Kleinrensink, voorzitter van het NIT, zijn zorgen over de toelating van GENELYN ARTERIAL ENHANCED, GENELYN ARTERIAL ULTRA en GENELYN CAVITY FLUID op basis van respectievelijke classificaties:

20180614 TB 16639 N
20180607 TB 16640 N
20180610 TB 16642 N

op basis van de werkzame stof formaldehyde.

Het NIT betoogt dat er onvoldoende onderbouwing is voor de besluiten en benadrukt een aantal kritische punten.

Allereerst ontbreekt volgens het NIT een duidelijke onderbouwing waarom alleen deze specifieke vloeistoffen zijn toegelaten als tijdelijk conserveringsmiddel. Ook roept de verplichting op tot het gebruik van GENELYN ARTERIAL ENHANCED en GENELYN ARTERIAL ULTRA in combinatie met GENELYN CAVITY FLUID vragen op. Het NIT vraagt zich af waarom deze combinatie vereist is voor de behandeling van het gehele lichaam.

Daarnaast uit het NIT bezorgdheid over de ventilatievereisten en het gebruik van formaldehyde in lichamen die thuis worden opgebaard. Er wordt gevraagd naar de basis van de aannames die de evaporatie van formaldehyde in dergelijke situaties als onacceptabel beschouwen.

Het NIT dringt aan op meer transparantie omtrent de testprocedures en de objectiviteit van de uitgevoerde tests. Het wil onder andere weten waar en hoe de tests zijn uitgevoerd, welke verdunningen zijn gebruikt en of er slechts één aanvrager bij de tests betrokken was.

Kleinrensink benadrukt dat het NIT, als examen- en certificeringsinstituut en registerhouder van thanatopracteurs in Nederland, deze vragen stelt vanuit bezorgdheid over de mogelijke gevolgen van de toelating voor de sector. Het instituut vraagt om een schriftelijke reactie op hun bezwaar.

De situatie heeft geleid tot onrust onder de bij het NIT aangesloten thanatopracteurs. Het NIT benadrukt het belang van het vermijden van conflicterende belangen en de noodzaak om de veiligheid en belangen van de beroepsgroep te waarborgen. Het NIT is van mening dat de huidige werkwijze kan worden voortgezet als men de veiligheids- en beschermingsmiddelen op de goede wijze toepast.

Het College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden wordt verzocht om zorgvuldig te reageren op de bezwaren van het NIT en de gevolgen van de toelating zorgvuldig te overwegen. Hier vindt u de de brief aan het Ctgb: bezwaar-Ctgb

Gezamenlijk persbericht uitvaartbranche

Uitvaartorganisaties Nederland wil plek voor uitvaartzorg in verkiezingsprogramma’s

Tien branche- en beroepsverenigingen in de uitvaartbranche vragen de politieke partijen die meedoen aan de komende Tweede Kamerverkiezingen om kennis te nemen van de knelpunten die zij signaleren rondom de dood. De tien brancheorganisaties roepen de politieke partijen op om in hun verkiezingsprogramma de zorg voor overledene op te nemen.

Het is een vervolg op een eerdere oproep aan de minister van Binnenlandse Zaken om de Wet op de Lijkbezorging op zeven punten te verbeteren. Deze aanpassingen focussen zich op bescherming van de overledene, bescherming van de nabestaande en keuzevrijheid op het gebied van mogelijkheden van de lijkbezorging.

Binnen de uitvaartbranche werken tal van professionals en vrijwilligers samen om het proces rondom een uitvaart op een goede manier vorm te geven. De Wet op de Lijkbezorging vormt hierbij het wettelijk kader. De huidige Wet op de Lijkbezorging stamt uit 1991. Veel verloopt goed binnen de branche, maar sommige dingen kunnen beter. Harriët Tomassen (deelnemer namens de LVC) licht toe: “Na een constructieve discussie zijn we gekomen tot zeven punten die de wet volgens ons echt gaat verbeteren. Het is een mijlpaal in onze sector dat we de handen in elkaar hebben geslagen. Dit is een duidelijk signaal naar het ministerie om de wet aan te scherpen. De zorg voor de overledene en nabestaanden heeft in onze gesprekken continu centraal gestaan.”

Zeven aanpassingen in de Wet op de Lijkbezorging

Uitvaartorganisaties Nederland roept op om onderstaande zeven punten mee te nemen in de herziening van de huidige Wet op de Lijkbezorging:

  1. Maak invasieve handelingen aan een overleden lichaam voorbehouden handelingen. Zodat er kaders zijn voor wie deze handelingen mogen uitvoeren en onder welke voorwaarden.
  2. Maak aansluiting bij een door de overheid erkende geschilleninstantie verplicht voor ondernemers in de uitvaartbranche. Nabestaanden kunnen er zo van op aan dat hun zorgen en klachten altijd afgehandeld worden.
  3. Zorg dat de inzet van nieuwe vormen van lijkbezorging niet onnodig wordt vertraagd. De ontwikkeling van nieuwe veilige, waardige en duurzame methoden gaat sneller dan wetswijzigingen. Daar is meer ruimte voor nodig zonder dat dit een wetswijziging vereist.
  4. Maak het melden van medische risico’s na overlijden verplicht. Zodat uitvaartprofessionals, -vrijwilligers en nabestaanden op de hoogte zijn van eventuele risico’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan besmettelijke ziekten of nucleaire medische behandelingen.
  5. Maak het opzettelijk schade toebrengen aan het lichaam van een overledene strafbaar.
  6. Behoud minimaal twee weken als bewaartermijn van de as. Zodat nabestaanden voldoende tijd hebben om zich te bezinnen op de asbestemming en eventuele andere nabestaanden op de hoogte te brengen hiervan.
  7. Pas de vereisten rond de grondwaterstand aan voor natuurbegraafplaatsen. Op natuurbegraafplaatsen worden graven niet geruimd, waardoor het nadelige effect van hoge waterstanden niet van toepassing is, terwijl het wel de realisatie van de begraafplaatsen bemoeilijkt.

Over Uitvaartorganisaties Nederland

Uitvaartorganisaties Nederland is een uniek samenwerkingsverband tussen tien branche- en beroepsverenigingen in de uitvaartsector. Zij werken samen om te zorgen voor verdere versterking en professionalisering van de uitvaartbranche en daarmee optimale dienstverlening voor overledenen en nabestaanden. Het samenwerkingsverband bestaat uit: BOPMZ, BRANA, BGNU, FKB, LBvR, LVC, Nardus, Netwerk Uitvaartvernieuwers, NIT en VTU.

————

Samenvatting symposium 9 juni 2023

Na de opening door NIT-voorzitter, Gert-Jan Kleinrensink, die de circa 30 aanwezigen van harte welkom heet, krijgt Niels Schermel (bestuurslid NIT) het woord en zet hij een dialoog in gang over schouwen.

Dialoog over schouwen

Hij geeft aan in zijn betoog dat thanatopraxie zo’n 10 à 15 jaar geleden andere omstandigheden kende dan nu. Het is voor een thanatopracteur behoorlijk complexer geworden. Zo wordt de behandeling vaker toegepast in een thuissituatie, is er soms sprake van corpulentie, langere doorbehandeling bij ziekte en oedeemvorming. De ervaring leert dat doorvragen naar uiterlijke kenmerken bij een melding zinvol is, óf door de uitvaartverzorger óf door de thanatopracteur. Te vaak gebeurt dit niet voldoende en is een thanatopraxiebehandeling op voorhand niet mogelijk maar is dit niet voldoende uitgevraagd. Voor de nabestaanden is dat een teleurstelling. In dialoog met de aanwezigen worden casussen over dit onderwerp besproken, evenals de rol van de uitvaartverzorger. Hieruit blijkt dat duidelijk communicatie naar nabestaanden essentieel is. Deze rol niet wordt niet altijd goed opgepakt.  

Schouwen door de forensisch arts

Over het schouwen van een overledene valt nog veel meer te zeggen. Voor dit onderwerp staat Thymen Kerver, forensisch arts, op het programma. Hij geeft in zijn verhaal aan in welke situatie bij overlijden een forensisch arts wordt geconsulteerd. Dat is wanneer er sprake is van een niet-natuurlijke door of bij twijfel over een natuurlijke dood. Formeel heeft de thanatopracteur geen rol in dit speelveld maar bij twijfel over een natuurlijke dood geeft hij aan dat ook de thanatopracteur uit moreel-ethisch oogpunt dit moet aangeven bij de uitvaartverzorger of anders rechtstreeks met de forensisch arts. Hij adviseert om altijd een aantekening te maken over de twijfel. Het is namelijk verwijtbaar wanneer er geen melding wordt gedaan.  

Hoe zien we de toekomst in thanatopraxie?

Gert-Jan Kleinrensink geeft een aantal stellingen die wederom een dialoog op gang brengen.

De invasieve postmortale zorg zou een aparte vernoeming/ paragraaf moet krijgen in de nieuwe Wet Op de Lijkbezorging (WOL). De meerderheid voelt ervoor om dit in het kader van de integriteit vast te leggen.

De invasieve postmortale zorg zou een registratiesysteem moeten krijgen vergelijkbaar met het BIG-register in de gezondheidszorg. Dit wordt als een goede stap gezien. Het BIG-register kan overigens niet gebruikt worden want dat is sec bedoeld voor medici en zorgprofessionals.

Over 5 jaar is er een centraal en landelijk georganiseerd centrum voor de opleiding tot thanatopracteur.

Dit is een wens maar het is duidelijk dat dit afhankelijk is van de kaders die in de wet worden gecreëerd. Men voelt wel voor een centraal landelijk examen.

PE-puntensystematiek, wat kan er en wat is er nodig?

Evert de Niet (penningmeester NIT) legt uit dat kwaliteit nodig is om de branche op niveau te houden en dat er blijvend gewerkt moet worden aan kennis. De opleiders en thanatopracteurs in het register zijn benaderd voor opgave van onderwerpen en opleidingen die kunnen meetellen in dit systeem. De thanatopracteurs kunnen daar nog meer zelf in betekenen en bijvoorbeeld intervisieavonden organiseren. Elk initiatief is welkom en wordt voorgelegd aan de accreditatiecommissie (NIT/NaVU) die dit met punten gaat waarderen. We zien allemaal nut en noodzaak in van PE-puntensystematiek en certificering. Het NIT doet er alles aan om invloed bij de wetgever uit te oefenen. Uiteraard in het belang van de klant.

Wet op de lijkbezorging

Brigitte Wieman, directeur BGNU, is als spreker uitgenodigd voor het laatste onderwerp en geeft uitleg aan haar betrokkenheid bij de Wet op de lijkbezorging. Ze haalt haar input voor een bijdrage aan deze wet uit de contacten die de BGNU heeft in de uitvaartzorg. Ze nodigt ook de thanatopracteurs of het NIT uit om deel te nemen aan de gesprekken hierover. Het NIT geeft aan dat een exameninstituut eigenlijk geen belang heeft zoals alle andere brancheverenigingen maar zal het opnieuw overwegen. Brigitte begint haar betoog met een zevental doelen die een rol moeten spelen bij de aanpassingen in de wet.  

Invasieve handelingen zouden in de wet genoemd als voorbehouden handelingen genoemd moeten worden.

Ook pleit ze voor een geschillencommissie voor ondernemers in de uitvaartbranche. Het is een goede manier om het vertrouwen in de sector te houden.

De wet moet ruimte bieden aan nieuw vormen van lijkbezorging.  Ze doelt hiermee op bijvoorbeeld resumeren, composteren/veraarden. De kans is groot dat er snel nieuwe varianten komen. Dit moet geen vertraging oplopen.

Ook vindt de BGNU dat het melden van medische risico’s na overlijden verplicht moet worden, in het kader van de veiligheid van de behandelaar. Vercommercialiseren van een lichaam is een aspect waarover ook waarschijnlijk iets wordt opgenomen in de wet.

Zij voegt toe dat het opzettelijk schade toebrengen aan een overledene strafbaar moet worden.

De bewaartermijn van as is ook een belangrijk aandachtspunt. De BGNU pleit voor minimaal twee weken. Brigitte legt uit dat niet altijd iedereen op de hoogte is van een overlijden bijvoorbeeld wanneer de familie is gebrouilleerd en dan is twee weken op zijn plaats.

Als laatste punt geeft ze aan dat een gemiddelde grondwaterstand gewenst is bij begraafplaatsen. Wanneer deze te hoog is geeft dit ongemak bij het ruimen. Ze noemt dit punt omdat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van natuurbegraafplaatsen en daar sprake is van een andere grondwaterstand dan bij ‘reguliere’ begraafplaatsen.

Diploma-uitreiking

Het symposium wordt beëindigd met een feestelijke diploma-uitreiking aan twee kandidaten met aansluitend een lunch. Het NIT kijkt terug op een waardevolle bijeenkomst waarin iedereen actief meedeed en meedacht in de onderwerpen en dialogen.

Thanatopracteurs per september geëxamineerd door NaVU

’s-Hertogenbosch, 1 juni 2023. Vanaf september laat het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) examens organiseren en uitvoeren door NaVU (Nationaal Vakexamen Uitvaartzorg). Deze stap past bij de wens van NIT om examens te laten verzorgen door een professioneel en geaccrediteerd examenbureau en bij de ambitie van NaVU om uit te groeien tot hét exameninstituut in de uitvaartzorg.   

De examinering van thanatopracteurs door NaVU wordt grondig voorbereid. Thans worden alle huidige examenvragen geëvalueerd en geschikt gemaakt voor een online-afname bij één van de landelijke examenlocaties. Ook wordt er kritisch gekeken naar de wijze waarop de praktische vakbekwaamheid wordt getoetst en geborgd. Voorzitter Gert-Jan Kleinrensink van NIT: “Thanatopraxie, oftewel lichte balseming, kan een belangrijke bijdrage leveren aan een persoonlijk en waardig afscheid van een persoon die dichtbij stond. Daarom verwachten wij in de komende jaren een geleidelijke toename van de vraag ernaar. Door het houden van een register, waarin uitsluitend gediplomeerde thanatopracteurs worden opgenomen die regelmatig aan na- en bijscholing doen, bieden wij nabestaanden zekerheid.”

Voorzitter Matthijs de Gee van NaVU is blij met de keuze van NIT: “Op deze manier zet de uitvaartbranche een belangrijke stap in de richting van verdere professionalisering en kwaliteitsborging. Dat geldt eens temeer als NIT volgens plan ook gebruik gaat maken van ons systeem van Permanente Educatie. Nabestaanden kunnen erop rekenen dat hun overleden familielid de best mogelijke zorg krijgt.”

NIT

Het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie is opgericht in 2006 en heeft als belangrijkste doelstelling het helder en zorgvuldig verstrekken van informatie aan nabestaanden, uitvaartverzorgers, overheden en andere betrokkenen bij een overlijden of aan de uitvaartzorg in het algemeen. Het kennisinstituut draagt zorg voor de inhoudelijke aspecten van de examinering in thanatopraxie en de registratie van gecertificeerde thanatopracteurs. Hiermee is het instituut een schakel in het proces van kwaliteitsbewaking van de professionele beroepsbeoefenaar in dit vakgebied. Het NIT vertegenwoordigt de (bij het NIT) geregistreerde thanatopracteurs in Nederland.

NaVU

Het Nationaal Vakexamen Uitvaartzorg is een initiatief van de Branchevereniging Gecertificeerde Nederlandse Uitvaartondernemingen (BGNU) en de Stichting Keurmerk Uitvaartzorg (SKU). Vanaf begin 2022 is Nardus – samenwerkende uitvaartorganisaties – actief betrokken bij NaVU.

Vanaf de oprichting in 2015 heeft NaVU gewerkt aan het opbouwen van een professioneel exameninstituut dat rekening houdt met signalen uit de branche en de samenleving. Dat NaVU op de goede weg is, blijkt uit een toenemend aantal examenkandidaten en uit de accreditatie door de Stichting Examenkamer.    

Persbericht symposium NIT 9 juni 2023

Symposium NIT op 9 juni

Op 9 juni ontmoeten thanatopracteurs van het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) en andere belangstellenden elkaar op het jaarlijkse symposium in Houten. Voor de beroepsgroep is dit een mooi moment voor informatie-uitwisseling, onderlinge verbinding en ontmoeting. Het NIT maakt sinds vorig jaar een nieuwe stap in professionalisering door de invoering van een permanente educatiesystematiek (PE). Op dit onderwerp wordt tijdens het symposium nader ingegaan.

Direct bij de start van het symposium brengt Niels Schermel (bestuurslid) een interactieve dialoog op gang over schouwen. Voor de aanwezigen biedt dit gelegenheid voor het uitwisselen van ervaringen, vraagstukken en oplossingen. Opnieuw wordt er aandacht geschonken aan de PE-puntensystematiek, die vorig jaar werd geïntroduceerd. Evert de Niet (bestuurslid) geeft aan welke mogelijkheden er zijn en wat er kan of mag. Inmiddels is met de NaVU (Nationaal Vakexamen Uitvaartzorg) een samenwerking gezocht en zijn er afspraken gemaakt. De NaVU houdt zich in dit traject vooral bezig met de uitvoering van het examineren en het beheer van de PE-puntensystematiek. Het NIT blijft zich met name richten op de inhoudelijke kant.

Hoe zien we de toekomst in thanatopraxie in relatie tot de arbeidsmarkt, de opleiding en stageplekken (die niet altijd en overal voor handen zijn)? Voorzitter NIT, Gert-Jan Kleinrensink, geeft op dit programmaonderdeel een inkijk in wat er speelt en wat er te verwachten valt. Over een geheel ander onderwerp krijgt forensisch arts, Thymen Kerver, het podium. Hij vertelt over zijn expertise bij het schouwen van overledenen bij forensisch onderzoek. Tenslotte komt het onderwerp ‘veraarden’ aan bod. Dit onderwerp wordt met een groeiende belangstelling gevolgd. Tijdens het symposium volgt een toelichting op wat veraarden inhoudt en waar deze alternatieve vorm van begraven wel of niet mogelijk is. Dagvoorzitter Gert-Jan Kleinrensink leidt de aanwezigen door het programma. Het dagdeel wordt afgesloten met een uitgebreide lunch die gelegenheid biedt elkaar te spreken, te ontmoeten en zorgt voor de onderlinge verbinding. Bij belangstelling voor dit symposium kunt u (tot 25 mei a.s.) contact opnemen via info@nit-online.nl. Er is nog beperkt ruimte.

Persbericht symposium op 22 april succesvol

Sprekers symposium NIT onderstrepen belang van bijhouden vakkennis

Met een stevige focus op scholing, veiligheid en borging van kwaliteit organiseerde Het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) een symposium op 22 april in Houten. Een viertal sprekers vond een luisterend oor bij circa dertig toehoorders uit de thanatopraxiebranche. De inzet was verdieping, verbreding maar ook vooral ontmoeting na een lange tijd.

Hilco Theeuwes, traumachirurg, beet het spits af en gaf een uiteenzetting over de werkzaamheid van balsemvloeistoffen bij fixatie. In zijn uitleg kwamen de oorsprong, de werking en het doel van balsemvloeistoffen aan de orde. De branche volgt op de voet de onderzoeken naar formalinevrije alternatieven. Theeuwes geeft aan dat vooral gelet moet worden op veiligheid van de stof en het minimaliseren van het infectierisico.

Samen optrekken

Kennis delen en elkaar versterken waren opvattingen die niet alleen bij het eerste onderwerp geventileerd werden. Een kwartiermaker in de uitvaartzorg, Henry Meijdam, was dezelfde mening toegedaan. Bij beleid maken voor de sector is aanhaken in een breder verband dé stap om landelijk succes te boeken. Als eerste voordeel in het samen optrekken noemde hij het deelbare kostenaspect en daarnaast het grotere krachtenveld waaruit je deel maakt als kleinere speler.

Permanente educatie

Na het tweede betoog legde Jacqueline Cino, verenigingsmanager bij Novex, uit welke disciplines nodig zijn om als vakgenoot te voldoen aan een studiepuntenverplichting. Het NIT initieert namelijk permanente educatie. ‘Als specialist in je branche houd je graag je vakliteratuur bij, volg je cursussen en intervisiebijeenkomsten. Dit om telkens te ervaren dat je kennis en kunde op niveau is’, vertelt Cino. Door vertrouwen, veiligheid, vorm en verbondenheid kun je een goed werkende onderlinge intervisie tot stand brengen. Deze ingrediënten zijn nodig om het tot een succes te laten worden. ‘De aangeslotenen maken tenslotte de vereniging’, besluit ze haar inspirerende verhaal.

Kennis, kunde en veiligheid

Het NIT ziet nut en noodzaak van professionaliseren en kwaliteitsbewaking en bracht als laatste spreker de eigen voorzitter in, Gert-Jan Kleinrensink. Hij geeft aan waar het knelt in het vakgebied en hoe kwaliteitsborging, regulering en zorgen voor erkenning verder vormgegeven gaan worden. Het NIT richt zich veelal op beleid maken en sluit aan op diverse landelijke platforms die betrekking hebben op de uitvaartzorg en specifiek de postmortale zorg. De symposiumonderwerpen die de revue passeerden hadden vooral te maken met deze aspecten. Werken aan kennis, kunde en veiligheid tijdens een behandeling. Tenslotte werd de uitkomst van een veiligheidsenquête met de aanwezigen gedeeld en was er tijdens de forumdiscussie -onder leiding van dagvoorzitter en moderator Walter Kooy- de mogelijkheid om met elkaar van gedachten te wisselen over de uitdagende vragen die hij stelde. Als feestelijke afsluiting van de dag ontvingen twee examenkandidaten het behaalde thanatopraxiediploma waarmee ze toegang krijgen tot het NIT-register.

Over het NIT

Het NIT heeft als belangrijkste doelstelling het helder en zorgvuldig verstrekken van informatie aan nabestaanden, uitvaartverzorgers, overheden en andere betrokkenen bij een overlijden of aan de uitvaartzorg in het algemeen. Daarnaast organiseert het NIT (in samenwerking met de Stichting Vakexamens Uitvaartzorg) de examens voor het beroep van thanatopracteur en de registratie van gecertificeerde thanatopracteurs. Hiermee is het NIT een schakel in het proces van kwaliteitsbewaking en speelt het een rol in het bekwaam maken van de professional die zich thanatopracteur noemt.

Persbericht symposium 22 april

NIT organiseert mini-symposium

Op 22 april ontmoeten thanatopracteurs van het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT) elkaar op een mini-symposium in Houten. Na een lange tijd wordt weer de verbinding gezocht met deze beroepsgroep. De actuele ontwikkelingen op het gebied van postmortale zorg worden door het NIT nauwlettend gevolgd en op het symposium besproken. Binnen dit spectrum komen ook veilig werken tijdens een thananopraxiebehandeling en het optuigen van een accreditatiesysteem aan de orde.

Verbinding, verdieping en verbreding is de doelstelling van deze bijeenkomst. Het luisteren naar een professional uit je eigen branche of uit een andere beroepsgroep, dat inspireert. Met sprekers van zowel binnen als buiten de uitvaartsector leidt moderator en dagvoorzitter Walter Kooy deze dag en ondersteunt hij de aansluitende forumdiscussie. Naast praktische onderwerpen zoals het gebruik van balsemvloeistof wordt ook een presentatie gegeven over de effecten en gevolgen van accreditatie in het algemeen en wat het betekent voor deze beroepsgroep. Een traumachirurg, een manager van een Nederlandse organisatie voor executeurs en een kwartiermaker in de uitvaartbranche geven een presentatie over de genoemde onderwerpen. Uit eigen gelederen vertelt voorzitter Gert-Jan Kleinrensink over nut en noodzaak van regulering, erkenning, kwaliteit en veiligheid in thanatopraxie. Aan de hand van de uitkomsten van de NIT-enquête over veilig werken geeft hij richting aan wat de branche verder zou kunnen helpen.

Tijdens de afsluitende lunch wordt op feestelijke wijze de verbinding met de beroepsgroep gezocht. Het programma toont dan een diploma-uitreiking aan de onlangs geslaagde kandidaten van het NIT-examen. Bij belangstelling voor deelname aan dit symposium kunt u contact opnemen via info@nit-online.nl. Er is nog beperkte ruimte.

Symposium 22 april 2022

Verbinding, verdieping en verbreding

Luisteren naar een professional uit je eigen branche of uit een andere beroepsgroep, dát inspireert. Je ziet overeenkomsten, maar ontdekt ook nieuwe invalshoeken. Wat weet je van het vakgebied van een ander? Hoe is het kennisniveau in je eigen branche? Een thanatopracteur werkt doorgaans alleen. Dit minisymposium biedt een goede gelegenheid om elkaar te ontmoeten, te horen en te inspireren. De onderwerpen variëren van de Wet op de Lijkbezorging, PE-puntensystematiek, erkenning van het vak en veiligheid in deze bedrijfstak.

Voor meer informatie over dit symposium, het programma en de aanmelding mail naar info@nit-online.nl.